Tijdens dit schrijven, dooien de laatste sneeuw- en ijsresten weg. Toch kan het zijn dat ik mij met deze column op glad ijs begeef. Het gaat over onze huisgenoten. Daar lagen ze. Langs de kant van de weg. Eerst bejubeld: O dennenboom, o dennenboom, wat zijn uw takken wonderschoon. En mocht je er als dennenboom zijn als verfraaiing van de huiskamer. Prachtig opgetuigd. Je gaf gezelligheid en was lichtdrager in donkere dagen. Maar de dagen werden weer langer. En dan kun je vertrekken. Eerst al ontworteld. Om op te draven in een onnatuurlijke omgeving. Om daarna te worden afgetuigd. Afgedankt. Het huis uitgezet. Opgaan, blinken en verzinken.
We zouden ons zomaar kunnen identificeren met die dennenboom. Bejubeld, toen alles op rolletjes liep. Maar nu ontvriend. Omver geblazen. Omdat alles je tegenzit. En niemand op jouw ellende zit te wachten. Wat geeft nog houvast en zekerheid in onzekere tijden? Kunnen we nog ergens wortelschieten? Voor mij is dat God. Die staat als een huis. Maar God is geen lik-op-stuk God. Maar een God van lange adem. Ik vraag veel geduld van God, maar hoeveel geduld heb ik met God? Zou ik daarvoor niet wat meer moeten vertragen? Om wat meer van God op het spoor te komen? Anders ren ik God voorbij. En heeft Hij het nakijken.
Diepwortelen. Ik zie bomen in een storm. Daar gaan ze tegen de vlakte. Oppervlakkig geworteld. Maar ook zie ik ze staan, stevig in de wind. Diepgeworteld. Wortelen vraagt tijd. Hoe ontworteld ik mij soms ook voel, God dankt geen mens af. Ik wortel dieper in Gods liefde. Hartverwarmend. De kou is uit de lucht. Ik ontdooi. Ik smelt. Ik word zacht. Dat is toch wat liefde doet? Ook naar anderen. Liefde verbindt.
Misschien dat ik met deze column toch ‘geen scheve schaats’ heb gereden. Anders gezegd: De plank heb misgeslagen. Het kan vriezen of dooien. Maar dat laat ik graag over aan jou.
Wolter Stijf, wijkpastor CRUX, cruxwijkpastor@gmail.com
